Een printer die je bijhoudt, blijft jaren goed printen. Het meeste onderhoud kost een paar minuten en voorkomt de problemen waar anders een hele nacht printtijd in verdwijnt.
De nozzle schoonhouden
Restjes verbrand filament in de nozzle geven strepen, klodders en op het laatst een volledige verstopping. De RVS naald prikt de opening vrij terwijl de hotend warm is, en met de koperen borstel veeg je de buitenkant af zonder het messing te beschadigen — koper is zachter dan staal en krast dus niet. Doe dit tussen materiaalwissels, dan mengt er geen oud filament in je nieuwe kleur.
Bed en prints reinigen
Hechtingsproblemen komen vaker van een vies bed dan van verkeerde instellingen. Vet van je vingers is genoeg om een hoek te laten loslaten. Isopropanol van meer dan 99% zuiverheid lost dat vet op en verdampt zonder residu, dus je bed is meteen weer bruikbaar. Diezelfde alcohol gebruik je om FiberSmooth-prints glad te maken.
Bewegende delen en filament
De siliconenvet met PTFE hoort op de lineaire assen en leadschroeven: een geluidsarme printer is bijna altijd een gesmeerde printer. Silicagel gaat in je filamentbox of vacuümzak. PLA neemt vocht op uit de lucht, en vochtig filament knettert tijdens het printen en geeft ruwe wanden — met een zak korrels erbij blijft een spoel maanden goed.
Gereedschap dat je toch nodig hebt
De zijkniptang voor supports en het knippen van filament onder een schuine hoek, zodat het makkelijker de bowdenslang in gaat. De tubecutter geeft een kaarsrechte snede in PTFE-slang, wat uitmaakt: een scheve snede laat de slang niet vlak tegen de nozzle aansluiten en veroorzaakt lekkage. En een inbussleutel van 1,5 mm, omdat die altijd de eerste is die je kwijt bent.






